18 september 2008

#18-09-08 Paddestoelentijd

Paddestoelentijd

Het is weer paddestoelentijd, gisteren een rondje gereden en je komt ze overal tegen. Paddestoelen zijn mooi om naar te kijken maar kunnen ook heel gevaarlijk zijn; sommigen zijn nl. uiterst giftig.

Er gaat een verhaal in de rondte, broodje aap of niet, over een rijke familie uit Bergen die bij de bereiding van het kerstmaal zelfgeplukte paddestoelen gebruikt zouden hebben. Een groot deel van de familie heeft het niet overleefd volgens het verhaal.

Aangezien wij van mensen houden en in het bijzonder van MTBers volgt hieronder een kleine les in paddestoelenelarij
De paddestoelen die je geregeld tegenkomt zijn o.a. de volgende;

De grote parasolzwam



De grote parasolzwam (Macrolepiota procera) is een schimmel met een lange steel en grote hoed en heeft gelijkenis met een parasol vandaar ook de naam. Het is een veelvoorkomende soort die groeit op natte grasgebieden. Deze zwam wordt vaak gevonden in groepen of alleen en staat ook vaak in heksenkringen. De parasolzwam is wijdverspreid in landen met een gematigd klimaat.
De hoogte en breedte van de hoed kan wel 40 cm zijn. Voor een schimmel is dit zeer groot en daardoor bijzonder. De steel is relatief dun en wanneer deze op zijn hoogte begint de hoed te groeien. De hoed heeft een karakteristieke structuur die wat lijkt op een slangenhuid.
De parasolzwam is een vrij populaire paddenstoel in Europa en word daar veel gebruikt in de keuken. De paddenstoel is ondanks zijn grootte vrijwel niet te verwarren met andere paddenstoelen. Maar ondanks dit is voorzichtigheid toch geboden

De slanke trechterzwam



De 5-8 cm brede hoed is eerst vlak, later toenemend trechtervormig verdiept, maar in het midden blijft meestal een kleine bult zichtbaar. Hij is veranderlijk van kleur, van lederkleurig of lichtbruin tot okerkleurig; bij uitdroging wordt hij licht lederkleurig-geel. De hoedrand blijft lang omgerold en is later vaak onregelmatig gegolfd.
De dicht opeenstaande, licht oranjebruine tot roomwitte lamellen lopen ver langs de lichtgekleurde steel af.
De steel is meestal lichter dan de hoed, in de jeugd wit later okerbruin. Bij doorsnijden wordt de sponsachtige structuur duidelijk.
Het vlees is wit en ruikt zoetig naar bittere amandelen; de smaak is zacht.

De gele knolamaniet



Hoed bolvormig, dan gewelfd tot vlak, doorsnede 4-10 cm, glad, ivoorwit tot bleek citroengeel in het centrum, vaak bedekt met witte tot gelig-bruine plakjes.
Lamellen wit. Onder eiken en beuken op zandgronden aan te treffen.
Steel 6-8 cm x 8-12 mm, gestreept boven de vliezige, witte ring, ivoorwit met gelige top, met een brede, door een beurs omgeven knolvoet. Vlees wit. Geurt naar rauwe aardappels.
Deze soort, de gele knolamaniet, is nauwelijks giftig. Verwisseling met de dodelijk giftige groene knolamaniet is echter mogelijk, wij willen jullie daarom ten strengste afraden om deze soort als voedsel te verzamelen.
Koop gewoon een mueslireep voor onderweg!!!

Garantie tot de deur, resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, eigen schuld dikke bult, wie zijn billen brand moet op de blaren zitten etc. etc.

Kortom; pluk geen paddestoelen!!!

groeten
team NW9

Gepubliceerd door Erik | Permalink

© mtb noordwest9