column
Column "Natuurlijk sportief!" Zomaar een dinsdagmiddag, effe een stukkie fietsen. Eerst richting Castricum aan Zee. Omdat het behoorlijk nat is geweest zie ik er, voordat ik het strand heb bereikt, al uit alsof ik een barre tocht heb gemaakt waarbij ik tot mijn oren in de drek heb gezeten. Let wel, we hebben het over 5,5 km asfalt. Vlak voor het strand leert een blik noordwaarts mij dat ik zo meteen nat ga worden. Meteen een jasje aan dan maar. Op het strand blijft het ergste mij bespaard: ik word wel nat, maar de beide windmolenparken zijn grotendeels aan het zicht onttrokken door een enorme inktzwarte wolk. Los daarvan blijkt het eigenlijk niet zo'n goed idee te zijn om nu op het strand te gaan fietsen. Het is nog geen laag water en hoewel het niet erg hard waait, is het wel een vervelend windje tegen. Ondanks het zachte zand en de regen, heeft het ook wel wat: stilte en weinig mensen. Her en der zitten groepen Zilver- en Mantelmeeuwen bij de waterlijn. De Zilvermeeuwen zijn die met de lichtgrijze jas aan, de Mantelmeeuwen dragen een donkergrijs kleed. Daartussen zitten 1, 2 en 3-jarige meeuwen met allemaal een ander, veel bruiner verenpak. Plaatselijk liggen grote groepen Tafelmesheften, die lange, smalle schelpen die zo nu en dan massaal op het strand liggen. Knerpend rij ik eroverheen. Bij Egmond aan Zee hou ik het voor gezien en rij ik landinwaarts naar de Herenweg. Voorbij 't Woud ligt er een dikke laag smurrie van tot pulp gereden afgevallen blad, wat me aan alle kanten om mijn oren spat. Ik vermoed dat ik er zo langzamerhand uitzie alsof ik er doorheen heb liggen rollen. Aan het begin van de Uilenvangersweg laat de zon zich even zien. Er zit nog net wat kleurig blad in de bomen. De pollen Pijpestrootje lichten geel op onder de witte berkenstammen. Prachtig strijklicht valt door de wirwar van takken boven mijn hoofd. Genieten! Dan een rondje Schoorl. Dat ik op mijn strandfiets rij en dus van geen enkele vering ben voorzien, dat heb ik geweten. Het pad ligt er goed bij, waardoor ik best wel effe door wil trekken. Ogenblikkelijk wordt dat afgestraft door de kuilen en hobbels in de route. Dan maar wat rustiger aan, er is tenslotte genoeg moois te zien om mij heen. Honderden Valse hanenkammen zie ik langs het pad. Sommige plekken zien er oranje van. Deze dubbelganger van de Cantharel doet het bijzonder goed dit jaar. Net als de Cantharel is deze paddenstoel eetbaar, maar geeft bij overvloedig gebruik darmstoornissen! Aangezien dat erg lastig is met fietsen, kun je hem maar beter laten staan. Vergissingen zijn vrijwel uitgesloten: de Cantharel ruikt naar abrikoos, de Valse hanenkam moet het doen met een geur als van paddenstoelen. Op andere plekken hangt een grijsbruin waas boven het bed van dennennaalden die de bodem bedekken. Miljoenen kleine paddenstoeltjes waarvan ik vermoed dat het Palingsteelmycena's zijn. Ik heb geen zin om af te stappen om te voelen of ik gelijk heb. Even verderop stuiter ik bijna van mijn fiets, ik zit alleen maar om mij heen te kijken. Mocht je in deze tijd van het jaar wel onderuitgaan op de route, dan maak je een goede kans om oog in oog te liggen met Muizestaartzwammetjes. Deze kleine paddenstoeltjes groeien op half begraven dennenkegels. Het hoedje is bruin met een lichte rand en als je een kegel uit de grond peutert, is de kans groot dat er een soort van wit draadje aan hangt als de staart van een muis. En als je daar dan toch ligt, check meteen even die Palingsteelmycena: het steeltje is glad als een aal. Ondanks dat ik veel om mij heen heb gekeken, heb ik toch nog een aardige tijd gereden, zeker als je bedenkt dat ik normaal nooit hier rijd zonder vering. Over de Blijdensteinsweg naar Bergen aan Zee. Heerlijk, zo'n nat schelpenpad, gelukkig was ik nog niet vies. Terug over het strand. Het is nu helemaal laag water, het is droog, wind in de rug, hard zand. Helemaal goed dus. Behalve een klein puntje: de zon is doorgebroken en die schijnt bijna recht in mijn gezicht. Langs de waterlijn scharrelen een paar Drieteenstrandlopertjes. Iedereen kent ze denk ik wel, ze lopen eerder weg dan dat ze opvliegen. Dat lopen kunnen ze heel snel, waarbij je de korte zwarte pootjes als een bezetene ziet bewegen. Dat ze wel degelijk kunnen vliegen en goed ook blijkt uit het volgende. Een geringd diertje werd gezien in Zuid Noorwegen. Vijf (!) dagen later werd hetzelfde vogeltje gezien in Ghana. Aangenomen wordt dat-ie over de Sahara moet zijn gevlogen, en dat voor een kustvogel! Moet ik er nog bij vermelden dat een Drieteenstrandloper slechts zo'n 100 gram weegt. Doe dat maar eens na! Ten noorden van Egmond aan Zee zie ik boven de duinen een bijna zwarte lucht met daarin een regenboog. Dichterbij licht het Helm op de zeereep goudkleurig op in de zonnestralen, die ook zorgen voor scherpe schaduwen in de stuifkuilen in diezelfde zeereep. Alles bij elkaar levert dit een indrukwekkend plaatje op. In een van de stuifkuilen komt een bunker bloot te liggen. Best kans dat op deze plaats de verstuiving doorzet en er een kerf ontstaat, zo las dat zoiets bij Heemskerk op twee plaatsen gebeurt. Stuiven mag weer, sterker nog, het duin als zeewering wordt er sterker van en groeit mee met de zeespiegelstijging. Al het zand dat hier wegstuift, slaat verderop in het duin weer neer. Pas als de zeereep tot lager dan zeven meter +NAP uitstuift, wordt ingegrepen door het Hoogheemraadschap. Naast voordelen voor de zeewering is stuivend zand ook de motor achter de voor de natuur zo belangrijke duindynamiek. Zon, zee, zand en wind maken van de duinen zo'n kenmerkend milieu met de daarbij behorende planten en dieren. Bij Castricum aan Zee verlaat ik het strand. Nog even rustig uitrijden over de Zeeweg en nagenieten van al dat moois vandaag. Helemaal gespikkeld van de opgespatte kledder, die nu ook achter mijn oren zit kom ik thuis. Lekker rondje! Natasja Nachbar Introductie door Natasja zelf! Bij de eerste column van mijn hand voor deze website is het goed om te beginnen met een korte introductie van mijzelf en wat ik ga doen. Over dat laatste kan ik kort zijn: informatie geven over de natuur die je fietsende voort, waar dan ook, tegenkomt. Veel over natuur in het duin, maar ook langs een rondje als bijvoorbeeld de route in het Geestmerambacht kom je een hoop natuur tegen. Neem bijvoorbeeld de paddestoelen die nu her en der de kop opsteken. Ik ga mijn best doen om aardige wetenswaardigheidjes te beschrijven, waardoor je niet meer alleen je stuur en het pad voor je en het achterwiel van je voorganger hoeft te zien, maar ook nog eens kan genieten van wat er om je heen te zien is. Dat is trouwens ook een goeie smoes voor als het effe niet zo lekker gaat: "Nee hoor, ik rij prima vandaag, ik heb alleen even gekeken naar dat leuke plantje langs het pad. Hebben jullie het niet gezien?" Nu over mijzelf. Mijn naam is Natasja Nachbar. Mijn 1e mtb kocht ik in 1989 en vanaf dat moment ben ik verslingerd aan mountainbiken. In 1995 ben ik begonnen met het rijden van wedstrijden, eerst een paar bij de funklasse, maar daar was de lol gauw vanaf. Ongeveer 500 m na de start keek ik eens om en kon dan vervolgens rustig aan mijn rondjes rijden. Nee, dan beter overstappen naar het echte werk, de damesklasse. Daar heb ik tot 2005 meegedraaid in het nationale wedstrijdcircuit en ook internationaal heb ik wel wat gereden. Benelux cup, EK, wereldbekers en hier en daar wat losse wedstrijden. De mooiste parkoersen waren toch wel de wereldbeker in Kristiansand (N), Benelux cup in Tetange (L) en in Albufeira (P). Ik heb geloof ik in 12 landen wedstrijden gereden. In 1999 (of was het 1998) ben ik Nederlands Kampioen downhill geweest. Ook leuk, maar erg duur en nog tijdrovender. Nationaal heb ik altijd lekker meegedaan als suptopper, waarbij ik jaarlijks slechts 1 of 2 wedstrijden buiten de top 10 eindigde. Sinds 1 februari werk ik als boswachter bij duinbeheerder PWN. Ik ben in hoofdzaak te vinden in het noordelijk deel van het NHD, van Bakkum tot en met Bergen. Een mooie baan, als je het mij vraagt. Heel veel vrijheid en werken in een schitterend duingebied. Er zijn dagen dat ik bijna de hele dag op de fiets zit in het duin om mijn werk te doen. In weer en wind bezig zijn met de 2 dingen die mij aan het hart gaan: natuur en fietsen. Ik wil jullie graag op de hoogte houden van wat je al fietsend tegen kunt komen. Zoveel mooie en interessante dingen waar je nietsvermoedend aan voorbij rijdt, dat kan anders. Ik vind het dan ook een voorrecht om daar op deze plaats verandering in te brengen. Natasja Nachbar, boswachter PWN. 27-09-09 "Natuurlijk sportief!" - Droog Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.
Ieder zichzelf respecterende website/krant of blog heeft tegenwoordig een columnist. Uiteraard doen wij mee aan dit modeverschijnsel, in ons geval is het een columniste geworden die perfect aansluit bij de gedachte van Noordwest 9.
Onze columniste is MTBster en boswachter in het NHD, wie droomt daar niet van; volkomen legaal 24 uur per dag onverhard rijden.....
11-06-2010 Column "Natuurlijk sportief!"-Vlinders
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.
![]()
Zo, tijd voor een nieuw schrijfsel. Ik zit de laatste tijd niet zoveel op de mountainbike, ik moet effe goed herstellen van gedane inspanningen tijdens het Hemelvaartweekend. Voor de 3e keer de LCMT uitgereden, altijd mooi fietsen in de Ardennen, maar ook dusdanig zwaar dat serieuze vermoeidheid op de loer ligt. Maar goed, dat weerhoudt mij er uiteraard niet van om hier in het duin mooie dingen te zien.
![]()
Nu de temperatuur weer wat hoger is, beginnen er eindelijk wat vlinders te vliegen. Ja, koolwitjes en citroentjes zie je al gauw, dat zijn de die-hards onder de vlinders, maar de rest liet lang op zich wachten. Een heel makkelijk herkenbaar vlindertje, ik denk dat een ieder het wel eens heeft gezien, is het Icarusblauwtje. Ongeveer zo groot als je duimnagel en knalblauw! Zitten ze even stil, dan kun je ze herkennen aan de oranje vlekjes en zwarte stippen op de onderkant van de vleugels. Ze vliegen eigenlijk nooit hoger dan 50 cm boven de grond. Vliegt ie hoger, dan is het waarschijnlijk een van de vele andere soorten blauwtjes.
Nog een pracht om te zien is het Hooibeestje. Ook klein, een beetje lichtbruinig met een oranje bovenvleugel. Op die bovenvleugel een oogvormige stip. Ze zitten graag op en langs de paden, dus de kans dat ze opvliegen als je passeert is vrij groot. Nu snap ik best dat als je met een beetje snelheid rijdt, je daar niets van ziet. Dan het Oranjetipje, dat valt echt wel op. Zit graag langs bospaden en is wit met een flinke oranje vlek op de vleugel.
Langs de paden staat vaak Look-zonder-look, een wit bloeiende plant. Op deze plant legt het Oranjetipje zijn eitjes, die vervolgens als rups de boel flink kaalvreten. Helaas is de vliegperiode van het Oranjetipje alweer voorbij, wachten tot volgend jaar dus. Heel vaak zie je ze bij de bospaden aan de zuidkant van de Kruisberg.
En dan zijn er natuurlijk rupsen. Rupsen in alle soorten en maten, in spinsels, aan draadjes als een soort spinneragjes, op bladeren, in bloemen, overal zitten ze. De meeste zie je natuurlijk niet tijdens het fietsen, of het moeten al de knalgeel behaarde rupsen van de nachtvlinder Kleine hageheld zijn die vlak voor je over het pad kruipt. Die aan de draadjes vind ik persoonlijk niet zo fijn, die hebben de neiging om een tijdje mee te liften aan je helm en dan zo heerlijk voor je ogen heen en weer te bungelen. Dat is nog daar aan toe, maar die draden die aan je neus hangen en daar vreselijk kriebelen..... Je krijgt er overigens niets van, ik bedoel, je veegt ze weg en dat is het dan. Het gaat meestal om de rupsen van de Kleine en de Grote wintervlinder en de Voorjaarsspanner. Allemaal nachtvlinders waarvan de rupsen het op eiken hebben voorzien en deze helemaal kaal vreten. Gelukkig is het rond de langste dag weer voorbij, omdat de rupsen gaan verpoppen. Tot dan is het gewoon een kwestie van doorfietsen en jezelf bij tijd en wijle "ontrupsen". Hoewel je die aan draadjes boven het pad hangende rupsen natuurlijk ook kunt zien als een extra Technical Trail Feature zoals Erik dat zo mooi omschrijft. Een ultieme stuuroefening: op het laatste moment (want dan zie je ze pas) wegsturen, korte bochten makend om zoveel mogelijk rupsen te ontwijken. Dat maakt toch van het saaiste rechte pad een technische uitdaging!
Succes en geniet van al het moois dat er te zien is.
Natasja Nachbar, boswachter PWN
05-04-2010 Column "Natuurlijk sportief!"-Voorjaar
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.
![]()
Vanmorgen werd ik gewekt met het geluid van een Grutto. Nog voor ik mijn ogen had geopend hoorde ik hem. Of haar. En nee dat was niet mijn wekker (die komt niet verder dan tuut-tuut-tuut) en ook niet een of andere ingenieuze ringtoon op mijn mobiel. Nee het was een echte, levende Grutto, die ergens hoog boven mijn huis overvloog. Nu gebeurt dat wel vaker, want ik woon op pak hem beet 200m afstand van een polder waar gelukkig nog heel wat jonge Grutto's worden groot gebracht.
En als ik met dat geluid wakker wordt, kan mijn dag eigenlijk niet meer stuk. Want hoewel het weer anders doet vermoeden, is het toch echt voorjaar!
![]()
Een ritje door het duin bevestigt dat. Veel (zang)vogels zijn terug van ver weg en zijn druk bezig met de voortplanting. Hoewel alles traag op gang komt na deze winter, wordt er op los gezongen en gebaltst en zijn de mannelijke exemplaren druk met het bezetten en verdedigen van hun broedterritorium. Zo hoor ik op links een Tjiftjaf die zo druk is met tjiftfaffen dat ik mij afvraag of hij niet zo meteen van enthousiasme uit de boom valt. Maar hij kan niet anders, op rechts, een eindje verderop zit een soortgenoot hetzelfde te doen. Een mooi voorbeeld van een territoriale strijd die wordt uitgevochten. Vlak langs het pad, zo'n beetje in mijn oor, barst een Winterkoninkje los. Ongelooflijk hoeveel decibel zo'n klein bruin vogeltje produceert. Ik ben bang dat ik voorlopig alleen nog maar een pieptoon in mijn linkeroor hoor.
Al veel eerder, toen ik bij de Egmond Binnen het duin inreed, hoorde ik een soort van gekras als van een Kraai, maar dan net anders. De boosdoener is gauw gelokaliseerd: een Gaai. Zo te zien kost het 'm de nodige moeite om te doen, zijn hele lijfje schudt ervan! Volstrekt maffe vogels, Gaaien, ze imiteren van alles en nog wat. Iedereen kent denk ik wel het geluid van een Buizerd. Het houdt midden tussen een miauwende meeuw en een vliegende kat. Althans, zoals je je voorstelt dat een vliegende kat zou kunnen klinken. Meestal roept een Buizerd alleen zwevend, hoog in de lucht. Mocht je een Buizerd horen roepen vanuit een boom, kijk dan maar eens goed, grote kans dat je wordt genept door een Gaai. Vaak verraadt hij zichzelf door, als hij zich betrapt voelt, een krassend geluid te maken dat klinkt alsof je wordt uitgelachen.
Heerlijk om zo te fietsen. Er zijn weinig mensen in het duin en ik zit lekker te genieten van wat ik hoor. Even verderop laat een Grote bonte specht zijn roffel horen op een dode eikentak hoog in een boom. Prachtige klankkast, zo'n dode tak, het geluid klinkt ver. Er zijn op dat moment geen concurrenten, er komt geen antwoord van elders.
Ook mooi om te horen en heel herkenbaar: Zanglijsters. Met een helder stemgeluid zitten ze hoog in een boom, vaak in populieren te zingen. Ze laten van alles en nog wat horen en imiteren veel geluiden. Vaak hoor je enkele herhalingen achter elkaar en samen met hun heldere toon is dat heel herkenbaar. Tussendoor ook nog het bescheiden, ijle trillertje van de Roodborst. Heel gedecideerd klinkt het voor een vogel met een agressief uiterlijk en dito gedrag.
Tijdens mijn rit rij ik van plek naar plek waar ik wat moois verwacht te zien of te horen. Rustig rijdend, even niet de wind in mijn oren maar volop luisteren naar de vogels. Voordeel als je alleen rijdt, je kunt zelf je route en tempo bepalen en er is niemand die tegen je aan leutert.
Een Boomleeuwerik bij het Doornvlak, zingend hoog in de lucht. Kijk ook eens bij de vogelkijkhut op het Doornvlak. Grote kans dat je langs het water voor de hut Bontbekplevieren en Kleine plevieren ziet. Vorig jaar hebben zij beiden gebroed op het open zand voor de hut. Fantastisch!
![]()
Door het bos zuidwaarts, voor de diverse zangvogels. Langs het duinmeer in Bakkum, misschien vliegt er een IJsvogel voorbij. De naaldbossen voor eventueel de roep van een Havik. Naar het Ligustervlak voor Roodborsttapuiten. Opvallend gekleurde vogeltjes. De mannen met een roodachtige borst en een zwarte muts op, de vrouwen minder fel gekleurd met een roomgelige borst en een gemeleerd bruin jasje aan. De mannetjes zitten vaak bovenin een lage heester te zingen. Kans dat vlak daarnaast een Heggemus gaat zitten zingen. Net zo'n herriemaker als de Winterkoning. Zelfs zijn liedje lijkt erop. Later in het jaar op deze plaatsen ook Grasmussen en daar waar de struiken dicht op elkaar staan, de Nachtegaal. Maar pas als je de Koekoek hoort, is echt alles terug van weggeweest.
Fiets en geniet van alles wat je hoort en ziet. Wees er zuinig op!
Natasja Nachbar, boswachter PWN
19-01-2010 Column "Natuurlijk sportief!"-Exit sneeuw
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.
![]()
Het is weer voorbij. De sneeuw is op dit moment bijna overal verdwenen en ik moet eerlijk bekennen: ik vind het best wel jammer.
De afgelopen weken heb ik erg genoten van hoe je hele omgeving verandert als er een pak sneeuw valt en blijft liggen. Mooie, knerpende sneeuw, waaronder alle groene, grijze, gele en bruine tinten die je om deze tijd van het jaar in hoofdzaak ziet, verdwijnen. Alles klinkt anders, gedempt, maar ruikt en voelt ook anders. Alles in de natuur is veranderd. Je hoort en ziet maar weinig vogels, geen mossen in allerlei tinten groen, geen paddenstoelen, geen bruine laag afgevallen naalden tussen de bomen. Eigenlijk wel goed ook, want zo word je aandacht als vanzelf getrokken door sporen: prenten (voetafdrukken) in de sneeuw, knaagsporen van konijnen, resten van dennenappels.
Fietsend door de sneeuw, op een vroege doordeweekse morgen, kom ik in de vers gevallen sneeuw, prachtige sporen tegen van vossen. Het is bekend dat vossen grote afstanden kunnen afleggen, maar zo in de sneeuw valt pas op hoe vaak zij gebruik maken van paden. Sommige sporen kon ik een paar honderd meter volgen over een pad. Zo af en toe maakte het dier een zijstapje het bos in, om een paar meter verder weer op het pad te komen.
![]()
Tijdens mijn rit viel mij op dat het ene pad meer gebruikt wordt dan het andere. Opvallend dat juist op de paden waar je er met je koppie bij moet blijven om die bocht lekker te nemen of overstekende bomen te ontwijken, ook veel vossenprenten waren te zien. Blijkbaar zijn de populaire mtb-paden ook bij vossen in trek.
Hoewel ik een vrouw ben en dus wordt geacht meerdere dingen tegelijk te kunnen doen, was het toch knap lastig om en die sporen in de smiezen te houden, en zonder brokken te fietsen. Al gaat het lang goed, al dat getuur naar prenten komt me wel op een valpartij te staan. Mijn voorwiel verdwijnt ineens onder mij vandaan en klabang! Op het ijs onder de sneeuw komt dat hard aan, maar de daarop volgende glijpartij van enkele meters verder naar beneden, zo maar de bocht om, is dan wel weer leuk.
Vossenprenten zijn goed te onderscheiden van die van de hond. Bij beide zie je de afdruk van de nagels en de kussentjes onder de tenen, met daarachter het voetkussen. Een duidelijk verschil is de vorm van de prent: die van de hond is rond, bij de vos staan de 2 middelste tenen verder naar voren, waardoor de prent veel langwerpiger is.
Ook zijn er veel sporen van konijnen. Iedereen heeft het patroon van de prenten weleens gezien: de voorvoetjes in een smal spoortje waarbij het ene voetje altijd iets voor het andere staat, de achtervoeten worden daarover heen gezet in een breder spoor. In de looprichting staan de prenten van de achtervoeten dus altijd voor die van de voorvoeten.
Naast prenten laten konijnen in de winter ook vraatsporen na. Bij gebrek aan verse, groene knabbeltjes, maken ze stevig werk van het afknagen van de schors van verschillende struiken. Duindoorn en Kardinaalsmuts zijn favoriet, maar ook de her en der staande appelboompjes worden onder tanden genomen. Waaghalzen klimmen daarbij in de struik. Ik heb sporen gezien tot ca. een meter boven het maaiveld. Een konijn aan de Duindoorn lijkt wel een ietwat oranje gekleurd plasje en keutels te produceren, na een maaltje kardinaalsmuts lijkt alles een beetje groen te kleuren.
![]()
Let de komende weken ook eens op de aktiviteiten van vogels. Met het lengen van de dagen raken de hormonen van de beestjes danig in de knoop en wordt er zo nu en dan al stevig op los gezongen. De Grote bonte specht roffelt zich een slag in de rondte om zijn territorium duidelijk te maken. Spechten zijn dol op dennenzaden. Het is een hele klus om ze uit de kegel te plukken, maar dat het ze lukt blijkt uit de grote hoeveelheden die je nog weleens op de paden in het duin tegenkomt. Altijd op dezelfde plek en in dusdanige hoeveelheden dat je er met fiets en al vreselijk over kunt glijden en nogal uit de koers raken. Misschien is dat een mooi moment om even te stoppen en eens omhoog te kijken. Meestal zie je een boom met kieren en gaten, volgestopt met dennenappels: de spechtensmidse. In deze werkplaats worden de kegels vastgeklemd, waarna de vogel erop in begint het hakken en plukken om vervolgens de zaden eruit te freubelen. De afgewerkte kegels worden de nietsvermoedende mountainbiker voor de wielen geworpen, met soms uitglijders en bijna valpartijen tot gevolg. Weet die specht veel! En hoewel wandelaars soms verweten wordt het mtb-en te hinderen door dennenappels op de paden te gooien, uit bovenstaande blijkt dat zij hier part nog deel aan hebben. De smidse wordt gedurende een langere tijd gebruikt. Wees voorbereid!
Natasja Nachbar, boswachter PWN
25-11-2009 Column "Natuurlijk sportief!"-Lekker rondje
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.
![]()
Boswachter PWN
![]()
![]()
Op het moment van schrijven ben ik net terug van een ritje stofhappen in het duin. Het is nu al zolang droog dat er bijna geen pad meer is te vinden dat niet stoffig en rul is geworden. Gelukkig herstelt zich dat heel snel als er eenmaal nattigheid uit de lucht valt.
Normaal schieten om deze tijd van het jaar de paddestoelen de grond uit, maar op een paar Vliegenzwammen na, die dol zijn op warmte en droogte, heb ik er nog maar weinig gezien. Als er niet snel regen komt, gaat het hele paddestoelenseizoen aan ons voorbij dit jaar. Niet dat dat schadelijk is voor het organisme schimmel, maar het is wel jammer voor ons mensen. Ik kan er altijd erg van genieten om tijdens het fietsen naar de paddestoelen langs de paden te kijken.
Een schimmel kun je een beetje vergelijken met een appelboom: een boom, met vruchten die de zaden dragen. In het geval van de schimmel bevindt de boom zich ondergronds en komt de vrucht, de paddestoel met hierin de sporen, bovengronds. Zijn de omstandigheden niet gunstig, dan slaat de schimmel een jaar over en komt er geen paddestoel.
Ook mossen en korstmossen zijn wat minder zichtbaar met dit droge weer. Zij zijn het hele jaar aanwezig, maar maken onder ongunstige omstandigheden, warmte en droogte, een rustperiode door waarin zij verschrompelen. Als de luchtvochtigheid hoger wordt, door regen of dauw, zwellen de planten snel op doen hun ding totdat de zon ze weer doet krimpen. Vandaar dat mossen met name in najaar, winter en voorjaar opvallend aanwezig zijn. Mossen zijn er in alle soorten en maten.
Een mooie plek om mossen te zien is langs het meest noordelijke pad van het NHD, de Linksche Rand. Een mooi pad om te fietsen: vrij smal, licht slingerend en afwisselend heide en bos. In die bossen zijn op de wallen langs het pad prachtige mossen te zien. Nog een mooi en mosrijk pad om te fietsen, zeker nu de oude eiken weer zo in het zicht staan, is de Oude Schulpweg in het Castricumse duin.
![]()
Een ander verschijnsel van de droogte is dat veel bomen al eind augustus in herfsttooi kwamen, waardoor er nu plaatselijk al flink wat kale bomen staan en paden vol dor blad liggen. Hierbij lopen esdoorn en populier voorop, terwijl de eik geen krimp geeft.
Grassen zijn na de bloei in (winter) rust gegaan en zien er nu uit als bosjes hooi. Daarin schuilt wel enig gevaar: als de fik erin gaat, brandt het meteen als een fakkel. De gevolgen daarvan hebben we kunnen zien in de Schoorlse duinen en vlakbij Bergen.
De ochtend na de brand bij Bergen was ik daar met mijn collega boswachters om de schade op te nemen. Eerst zie je alleen maar het zwartgeblakerde duin. Als je nauwkeuriger kijkt, zie je dat terwijl de bodem nog warm is van de brand en er her en der nog smeulende plekken zijn, het herstel al op gang is gekomen. Langs de randen van de brandplek springen sprinkhanen door de geblakerde vegetatie. Iets verderop zijn 2 Boomleeuweriken op zoek naar een lekker hapje, nadat zij eerst hun liedje voor ons hebben gezongen. Hoog in de lucht hangt een Sperwer. Blijkbaar is er niets voor hem/haar te vinden, want na een beetje draaien en keren zweeft hij/zij weer verder.
Met meters zwartgeblakerde vegetatie in de omtrek worstelt een klein pissebedje zich moedig over de puinhopen heen. Even verderop rent een Wolfspin over de bodem, jagend. Verderop zien we een kolonie Rode bosmieren die druk zijn hun nest te herbouwen. Op een andere plek schiet een Duinhagedis een holletje is. Een Kleine vuurvlinder doet zijn naam eer aan en landt op een verkoolde stronk. Nog wat verder heeft een Bosmuis zijn holletje reeds op orde gemaakt. Onder de opening van zijn nestje ligt vers opgegraven zand, zonder enig spoortje van brand.
Wat ook opvalt tijdens een rit is het gedrag van vogels. In de ochtenduren zingen vogelmannen zich een slag in de rondte alsof het voorjaar is en zij een partner moeten strikken. Dit heeft echter niets met droogte te maken maar alles met de daglengte. De dagen zijn rond 21 september even lang als rond 21 maart, de periode dat veel vogels bezig gaan met de voortplanting. Over een paar weken, als de dagen aanzienlijk korter zijn geworden, is het ook gedaan met de zang.
Wat mij betreft mag het gauw gaat regenen, en flink ook. Ik wil wel weer eens thuiskomen van een tocht op de mtb met natte kledder achter mijn oren. Niet meer met zand tussen mijn tanden.
Natasja Nachbar
Boswachter PWN
